Mensen in Mensenrechten 2018-05-04T07:14:40+00:00

Project Description

Vrijheid van meningsuiting. Vrije toegang tot informatie, bijvoorbeeld via kranten, televisie of internet, is essentieel voor een goed functionerende rechtsstaat

Vrijheid van meningsuiting
Voor verdedigers van mensenrechten is het vrije woord cruciaal. Vrije toegang tot informatie, bijvoorbeeld via kranten, televisie of internet, is essentieel voor een goed functionerende rechtsstaa

Wat zijn mensenrechten?

De rechten van de mens, of kortweg de mensenrechten, zijn rechten die ieder mens toekomen, waar ook ter wereld. Mensenrechten zijn er om mensen te beschermen tegen de macht van de staat en moeten ervoor zorgen dat iedereen kan leven in menselijke waardigheid. Mensenrechten betekenen bijvoorbeeld dat iedereen een eigen vrije mening mag hebben en uiten en dat de overheid niet zomaar geweld tegen burgers mag gebruiken. Ook houden ze in dat je recht hebt op onderwijs, op genoeg te eten en een dak boven je hoofd. Staten hebben met elkaar afgesproken deze rechten voor iedereen te zullen garanderen. Voor iedereen, dus ongeacht ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, welstand, geboorte of enige andere status. De mensenrechten vormen de basis voor alle wetgeving en beleid van de overheid.

Belang van mensenrechten

Overheden hebben veel macht. Mensenrechten zijn er om burgers tegen machtsmisbruik van de overheid te beschermen. Ze leggen de bevoegdheden van de overheid aan banden. Zo heeft bijvoorbeeld iemand die door de politie gearresteerd is, recht op bijstand van een eigen advocaat. Mensenrechten leggen aan de overheden ‘negatieve verplichtingen’ op. Dat zijn verplichtingen om bepaalde handelingen niet te doen en daardoor geen mensenrechten te schenden. Daarnaast leggen mensenrechten ook ‘positieve verplichtingen’ op die staten opdragen om zich juist in te spannen en actief bepaalde maatregelen te treffen. De overheid moet bijvoorbeeld zorgen voor behoorlijke gevangenisomstandigheden. De overheid heeft de verplichting om de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van religie te beschermen. Ook moet de overheid onderwijs en gezondheidszorg organiseren.

Kofi Annan. Hij was van 1997 tot en met 2006 de zevende secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Hij geldt als een succesvol hervormer, stimulator en bruggenbouwer.

Annan, Kofi
(1938),voormalig, Secretaris-generaal van de Verenigde Naties sinds 1997.
Geboren in Ghana, studeerde in de VS en ging in 1961 werken voor de VN in Genève. Hij vervulde daarna VN-functies in o.m. New York en Ethiopië. Hij was speciale VN-gezant in Irak, Joegoslavië en Rwanda. Als secretaris-generaal liet hij kritische rapporten over het falen van de VN-vredesmachten in die landen het licht zien. In 1998 nam hij dertien miljoen handtekeningen in ontvangst die door Amnesty International wereldwijd waren verzameld voor de Universele Verklaring. Annan en de VN kregen in 2001 de Nobelprijs voor de Vrede.

Het boek Mensen in Mensenrechten

Over mensenrechten is al veel geschreven en gepubliceerd. Teksten met verdragen, discussies, onderzoek en rapportages, en ook beelden en verhalen van slachtoffers zijn de gebruikelijke manier waarop we over mensenrechten geïnformeerd worden. Mede door de aard van de personen die zich inzetten voor mensenrechten is de aandacht voor deze personen zelf vaak beperkt. Foto’s met enkele krachtige citaten en een beknopte biografie is een originele, onverwachte manier om te communiceren over mensenrechten. Beeld met name fotografie op een moderne wijze is overwegend makkelijk toegankelijk voor een groot deel van de mensen.

Korte, heldere en pakkende teksten en een biografie versterken de toegankelijkheid en vullen de door de intrigerende beelden opgewekte interesse aan. In één van de elementen (foto, citaten of biografie) zal ook de niet met mensenrechten actieve lezer herkenning vinden. Door deze herkenning wordt er een ander beeld van mensenrechten gecreëerd, namelijk dat het dichterbij is dan overwegend wordt gedacht. Enerzijds door de diverse personen die verschillende activiteiten ondernemen die bijdragen aan mensenrechten. Anderzijds zal blijken uit de citaten dat schendingen van mensenrechten ook in het Westen gebeuren naast in de door vergaande internationalisering dichterbij gekomen andere delen van de wereld.

De doelstelling van het boek is: het door beeld vergroten van het bewustzijn bij personen dat iedereen aan mensenrechten kan bijdragen en ook dat in de huidige samenleving soms acties en beslissingen (onbedoeld) kunnen leiden tot negatieve consequenties voor de rechten van mensen hier en elders in de wereld.

Vijfentwintig personen fotografisch geportretteerd door Ilya van Marle vormen de belangrijkste inhoud van het boek. Ter ondersteuning van de portretten zijn enkele opmerkelijke citaten en uitspraken en een beknopte biografie van elk persoon. De 25 portretten vormen een weergave van personen on Nederland die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan mensenrechten in de gehele wereld op allerlei verschillende manieren, en veelal dit nog steeds doen. De selectie van personen kan niet worden gezien als een top 10 lijst, echter meer een doorsnee van de activiteiten, achtergronden en invalshoeken van personen die zich inspannen voor mensenrechten.

Naast personen van de overheid en bekende mensenrechten organisaties zoals Amnesty International worden ook personen uit de wetenschap, het bedrijfsleven, maar ook schrijvers, kunstenaars, journalisten en fotografen geportretteerd. Door mensen te introduceren aan een gevarieerde groep personen, hopen we dat de beeldvorming verandert van het idee dat mensenrechten exclusief voor een beperkte groep is (vanuit de overheid en bijvoorbeeld Amnesty International), naar het besef dat mensenrechten op allerlei manieren ondersteund kan worden. Uiteraard hopen we dat mensen vervolgens in hun eigen leven en werk meer bewust zijn van de activiteiten die zij kunnen bijdragen aan mensenrechten.

UVRM: De 30 artikelen

Artikel 1

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Artikel 2

Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

Artikel 3

Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

Artikel 4

Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Artikel 5

Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6

Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.

Artikel 7

Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in

strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.

Artikel 8

Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.

Artikel 10

Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.

Artikel 11

  1. Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
  2. Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.

Artikel 12

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13

  1. Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.
  2. Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.

Artikel 14

  1. Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.
  2. Op dit recht kan geen beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 15

  1. Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.
  2. Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Artikel 16

  1. Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
  2. Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.
  3. Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17

  1. Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.
  2. Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18

Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19

Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Artikel 20

  1. Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
  2. Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

Artikel 21

  1. Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
  2. Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.
  3. De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.

 Artikel 22

Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.

Artikel 23

  1. Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.
  2. Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.
  3. Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.
  4. Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

Artikel 24

Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Artikel 25

  1. Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
  2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Artikel 26

  1. Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.
  2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.
  3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27

  1. Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.
  2. Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.

Artikel 28

Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt

Artikel 29

  1. Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.
  2. In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.
  3. Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 30

Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.

Geportretteerde mensen in mensenrechten

Theo van Boven
Theo van BovenEmeritus hoogleraar Universiteit Maastricht
Emeritus hoogleraar Internationaal Recht Theo van Boven (1934) werkte als rapporteur martelingen bij de VN en hij wordt internationaal gezien als een autoriteit op het gebied van de mensenrechten.
Max van der Stoel
Max van der Stoel Diplomaat van de mensenrechten
In Griekenland zijn straten naar hem vernoemd, in Praag een park. PvdA-lid Max van der Stoel wordt in de nationale én internationale politiek geroemd: als voorvechter van de mensenrechten en als effectief onderhandelaar.
Peter Kooijmans
Peter Kooijmansvoormalig hoogleraar Volkenrecht, Minister van Buitenlandse Zaken en rechter bij het Internationaal Gerechtshof
Peter Kooijmans (1933), voormalig hoogleraar Volkenrecht, Minister van Buitenlandse Zaken en rechter bij het Internationaal Gerechtshof, is overleden op woensdag 13 februari. Hij werd 79 jaar oud.

Kooijmans was hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam (1962-1973) en de Rijksuniversiteit Leiden (1978-1997). In 1997 werd hij de eerste Nederlandse rechter in het Internationaal Gerechtshof, de kroon op zijn rijke internationale carrière.

Kenmerkend in zijn werk en loopbaan was zijn inzet voor de bescherming en promotie van mensenrechten. ‘I myself would not have devoted so much of my time to the cause of human rights […] if I had not believed it to be a just cause and worthy task.’ Kooijmans vaste overtuiging was dat er een ‘minimum standard of decency and humanity’ is ‘by which all […] governments […] are bound, not only because they are parties to the International Covenants of Human Rights, not only because they may have accepted the Universal Declaration of Human Rights as a balanced statement of principles, but first and foremost, because our human minds have been endowed with reason and with the capacity for moral judgement.’